Stop de vechtscheiding

 

Dr. Ed Spruijt (69) is de bekendste scheidingsonderzoeker van Nederland. At dertig jaar doet hij aan de Universiteit Utrecht onderzoek naar de effecten van scheiding op kinderen. De negatieve gevolgen worden maar niet minder. Vooral een scheiding met veel conflicten beschadigt kinderen. De nieuwste cijfers presenteert hij tijdens het congres ‘Stop de vechtscheiding!’ op 13 juni.

ANNEMIEK HAALBOOM

 

‘Gelukkig heb ik een elektrische fiets, samen met mijn vrouw', zegt Ed Spruijt. ‘Anders was ik te laat geko­men, De trein rijdt niet.’ Hij komt uit Bunnik gefietst. De afspraak is in de lobby van het NH-hotel in Utrecht. Aan de universiteit heeft hij een gastvrijheid- overeenkomst en doet er ‘alleen nog de interessante dingen', onderzoek en publiceren. Geen onderwijs meer. 'Ik ben natuurlijk met pensioen en heb daar geen vaste werkplek meer.'

Hij zet z’n fietsaccu in een hoekje en laat trots - vers van de pers - de cover zien van de tweede, her­nieuwde uitgave van het Handboek scheiden en de kinderen, dat hij samen met Helga Kormos schreef. Het is bedoeld voor beroepskrachten die met scheidingskinderen te maken hebben en komt pas uit tij­dens het congres Stop de Vechtscheiding!

Het Handboek biedt steun aan het groeiend aantal professionals dat te maken heeft met kinderen van gescheiden ouders. Jaarlijks gaat het om meer dan

zeventigduizend kinderen en jongeren. Gemiddeld hebben zij twee keer zoveel problemen als kinderen uit intacte gezinnen. Vooral een scheiding met heel veel conflicten - een vechtscheiding - hakt er bij kin­deren in en kan veel sporen nalaten.

 

Onderzoek stiefgezinnen

Ed Spruijt werkt bij de onderzoeksgroep Jeugd en Gezin van de Universiteit Utrecht. Hij is van huis uit socioloog, opgeleid bij hoogleraar en jeugdsocioloog Van Hessen. Na zijn promotie in 1983 - over sociali­satie en vrijetijdsgedrag - ging hij verder met gezins- studies. 'Primaire groepen heette dat toen. microsociologie.'

Zijn carrière als scheidingsonderzoeker startte met een onderzoek naar kinderen in stiefgezinnen. Tegenwoordig noemen we dat nieuwe, samenge­stelde of patchworkgezinnen. We begonnen dat onderzoek, eindjaren tachtig, vanuit de gedachte: het zal wel het beste voor de kinderen zijn als je een modern stiefgezin vormt. Dus open, zoveel mogelijk overleg en contacten met alle betrokkenen. Maar tot onze verbazing bleek dat een gesloten stiefgezin de - beste omgeving was. Daar hadden meestal na een schei­ding, een belangrijke verandering in het leven van kinderen. En een scheiding is geen moment, maar een proces van jaren. Dan is een zekere mate van stabiliteit en rust belangrijk. En dat bood zo'n geslo­ten stiefgezin, dat niet zo 'bijzonder’ was en niet teveel met de buitenwereld te maken had.’

 

Constant ruzie

Dat kinderen na een scheiding vooral rust en stabili­teit nodig hebben, bleek ook uit alle latere onderzoe­ken. Ingewikkeld in een wereld waarin de gedachte heerst datje wel scheidt als partners, maar niet als ouders. Daar is ook onze wetgeving op gebaseerd. In de praktijk is dit ingewikkeld en werkt het vaak ver­keerd uit voor kinderen, zegt Ed Spruijt.

Er blijkt bijvoorbeeld al jaren uit onderzoek dat de frequentie van het contact met de uitwonende ouder - meestal de vader - er eigenlijk niet toe doet. Of kin­deren die nu nooit zien of heel vaak. maakt geen ver­schil voor hun welbevinden. Wel van belang blijkt de band die voor de scheiding met die ouder is opge­bouwd. Maar mate van contact en de sterkte van de band zijn twee verschillende dingen. Nog belangrijker voor kinderen is dat de ruzies tussen hun ouders ophouden na een scheiding. Maar helaas houden die conflicten vaak niet op en worden ze zelfs erger.

Vooral omdat er strijd en spanning ontstaat over de kinderen. Je moet ineens afspraken maken over de opvoeding en wie wanneer de kinderen ziet. Als dat constant in een ruzieachtige sfeer gebeurt, is dat heel slecht voor kinderen.'

 

Jeugd tussen bejaarden

De scheidingsonderzoeker is geboren in de Hongerwinter en groeide op te midden van een groep bejaarden. Hij heeft in zijn jeugd geleerd om zorg­zaam te zijn. Voor de oorlog hadden zijn vader en moeder een bloemenwinkel in Alphen aan den Rijn. Later leidden zij een bejaardenhuis van de Nederlands Hervormde Kerk. Op zijn zeventiende startten zijn ouders een particulier bejaardenhuis in Zeist.

Een gezellige tijd, herinnert hij zich, altijd drukte en reuring. Hij deed boodschappen voor ouderen die ziek waren, bracht maaltijden rond, maakte hier en daar een praatje, speelde een potje sjoelen mee. Toen ze net vijfjaar in Zeist woonden, overleed zijn vader. Het gezin - moeder, twee zussen en een broer - hield het bejaardenhuis toen nog een paar jaar draaiende.

 

Gescheiden vader

Zijn ouders hadden een harmonieus huwelijk. 'En nu ga je zeker vragen naar mijn scheiding...', grijnst Ed Spruijt.

'Dat is gelukkig al heel lang geleden, in 1980. De kin­deren waren vijf en acht jaar oud. Toen was het nog zo dat een van de ouders het eenhoofdig gezag kreeg. Natuurlijk hadden we conflicten, maar we wil­den wel allebei het beste voor de kinderen. Ik werkte bij de universiteit, een flexibele baan, en zorgde al regelmatig voor hen. Bovendien verdiende ik redelijk en kon dus ook wat hulpkrachten inhuren. Na veel hangen en wurgen kreeg ik uiteindelijk het eenhoof­dig gezag en bleef met de kinderen in ons huis wonen. Zo konden ze ook op dezelfde school blijven. Mijn ex-vrouw was inmiddels verhuisd.'

Opvallend vond hij, toen al, dat hij veel bewondering en steun kreeg uit zijn omgeving omdat hij als vader voor zijn kinderen bleef zorgen. 'Een soort voor- rechtspositie.' Het heeft hem wel geholpen.

Bovendien kon hij drie middagen per week een kin­dermeisje inhuren. Ed Spruijt hertrouwde zes jaar later en vormde zijn eigen, nieuwe stiefgezin.

 

Gevolgen voor kinderen

Het aantal echtscheidingen in Nederland stijgt niet meer zo explosief als in de jaren zeventig en tachtig. Na een formeel huwelijk blijft dat aantal de laatste jaren redelijk stabiel. Er zijn wel steeds meer samen­wonende ouders die uit elkaar gaan. Dat aantal stijgt. En daarmee het aantal kinderen dat te maken krijgt met een gezin dat uit elkaar valt.

Een kind van gescheiden ouders rs geen uitzondering meer. Maar dat maakt het niet minder erg, zo blijkt tot verbazing van onderzoekers. ‘De grote Amerikaanse scheidingsonderzoeker Amato consta­teerde zo'n tien, vijftien jaar geleden al dat de effec­ten maar niet kleiner worden', zegt Ed Spruijt. ‘Dat verbaast ons nog steeds.'

Die negatieve gevolgen gelden trouwens ook voor de allerjongsten, van wie lang gedacht is dat zij weinig of niets van de problemen van hun ouders meekrijgen.

En ze duren voort tot ver in de volwassenheid: een lager opleidingsniveau, minder inkomen, meer inter­naliserende problemen, minder contact met de ouders en een groter eigen scheidingsrisico.

'Dit laatste is in 27 Europese landen onderzocht en overal zie je hetzelfde. Als je in een tevreden - geluk­kig hoeft niet - gezin opgroeit, internaliseer je automatisch hoe je ouders in een langdurige, stabiele relatie met elkaar omgaan. Als je ouders scheiden, zit je lange tijd in een lastige periode en wordt het veel moeilijker om later zelf een stabiele relatie te vormen. Je ziet dan ook dat scheidingskinderen dubbel zo vaak scheiden als niet-scheidingskinderen. En als beide partners in een relatie gescheiden ouders hebben, is het drie keer zo vaak.'

 

Scheiden en de wet

Uit de laatste ronde in 2013 van het grote langjarige onderzoek Scholieren en Gezinnen van Ed Spruijt en anderen blijkt dat het aantal vechtscheidingen duide­lijk is gestegen in vergelijking met vier jaar eerder. Toen - in 2009 - kregen ouders die wilden scheiden de verplichting om samen een ouderschapsplan op te stellen. Hij kan nog niet zeggen dat het dóór die wetswijziging komt, maar wel dat het er sindsdien niet beter op is geworden. Depressieve gevoelens bij scheidingskinderen zijn sindsdien meer dan tien pro­cent toegenomen en het welbevinden van kinderen is ongeveer tien procent lager.

Er is nog een ander aspect in de wetwijzigingen dat een rol speelt, volgens Ed Spruijt. ‘In 1998 kreeg niet meer een van de ouders het (eenhoofdig) gezag, maar kwam in de wet te staan dat gescheiden ouders het gezamenlijk gezag behielden. Begrijpelijk, maar lastig. Kinderen bleven nog steeds grotendeels bij hun moeder wonen maar vaders eisten ineens hun deel van de opvoeding op. Toen zag je de ruzies en conflic­ten al oplopen. En ik heb de indruk dat de wetwijzing van 2009 - toen het begrip gelijkwaardig ouderschap werd gelanceerd - het er niet beter op maakt. Veel ouders eisen nu gelijkwaardig ouderschap op terwijl dat vóór de scheiding niet of veel minder het geval was. Al is er ook een positief effect: sindsdien is het aantal co-ouders verder gestegen tot ongeveer 25%. Co-ouders zijn het min of meer eens over de kinde­ren en hebben veel minder ruzie. Het zijn vaak de hoger opgeleide ouders, met vaders die ook voor de scheiding al meer voor de kinderen zorgden. Maar het grootse deel van de gescheiden ouders, drie­kwart, maakt nu meer ruzie. En het gaat dus slechter met hun kinderen.'

 

Belgische opvoedbelofte

Het verplichte gelijkwaardige ouderschap na een scheiding zou hij het liefst zien verdwijnen. Hij ziet meer in de continuïteitsregel, zoals in Amerika. Daar wordt meer rekening gehouden met de situatie vóór de scheiding. 'Het ouderschap kan best gelijkwaardig zijn, als het daarvoor ook al zo was. Maar niet als de moeder vóór de scheiding grotendeels voor de kinde­ren zorgde. Dan is de verandering veel te groot.'

Het verplichte ouderschapsplan - hoe ga je om met de kinderen na de scheiding - mag wat hem betreft blijven. Maar ouders zouden er wel een betere bege­leiding bij moeten krijgen. 'Het valt niet mee om in een woelige scheidingsperiode, vol emotionele ver­warring. met je ex in harmonie een ouderschapsplan op te stellen. Eigenlijk zouden die ouders eerst, indivi­dueel, hun eigen woede en verdriet moeten verwer­ken. Dan kun je verder.'

En een ouderschapsplan zouden alle ouders veel eer­der moeten maken, vindt Ed Spruijt. ‘In België is een leuke ontwikkeling: de opvoedbelofte. In een ritueel, na de geboorte, beloven ouders dat ze samen de ver­antwoordelijkheid voor hun kind houden. Ook als het mis gaat. Een soort ouderschapsplan avant la lettre, inclusief rampenplan. Het lost niet alles op, maar je hebt een houvast.'

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Steun voor kinderen

Echtscheiding is voor de ouders, het huwelijk voor de kinderen. Kinderen zien het liefst dat hun ouders altijd samen blijven. Gaan ze scheiden, dan stort ineens hun veilige en vertrouwde wereld in. Veel kin­deren moeten verhuizen, naar een andere school, wennen aan de nieuwe liefde van pa of ma en soms één van de ouders erg missen. Ze hebben last van ouders die ruzie maken waar zij bij zijn, ouders die negatief over elkaar praten of elkaar doodzwijgen. Ze durven niet te vertellen hoe leuk het weekend bij de andere ouder was, dan voelen ze zich schuldig.

Om scheidingskinderen te steunen zijn er verschil­lende programma's in het land. Zoals Dappere Dino's, JES! en KIES (Kinderen In Echtscheiding Situaties). Bij KIES leren kinderen - samen met lotgenoten - hun gevoelens over de scheiding te verwerken, zich aan te passen aan de nieuwe situatie en dat zij niet schuldig zijn aan de scheiding. Het programma wordt vooral aangeboden op scholen - een veilige haven voor scheidingskinderen - en loopt nu ruim tien jaar. Ed' Spruijt deed er eerder onderzoek naar en onlangs kwam Inge van der Valk van de Universiteit Utrecht met de nieuwste onderzoeksresultaten.

‘KIES werkt', zegt Ed Spruijt. 'Het gaat beter met de kinderen, ze begrijpen de scheiding van hun ouders meer, hun band met zowel vader als moeder wordt hechter en ze weten dat zij niet de schuld zijn. Je zou alle kinderen een programma als KIES toewensen, maar dat kan helaas niet. Woon je in een plaats waar zo’n cursus niet is, heb je pech gehad.'

 

Stop de vechtscheiding

Van alle scheidingen in Nederland loopt zo'n tien pro­cent uit op een vechtscheiding, met ouders die chro­nisch en heftig met elkaar in conflict zijn. Soms is daar aandacht voor. zoals vorig jaar, door het gezinsdrama in Zeist toen een vader zijn zoontjes en zichzelf om het leven bracht. Daarna ebde de aan­dacht weg, terwijl de problemen voor kinderen het­zelfde blijven.

Tijdens het congres Stop de vechtscheiding! krijgen professionals meer inzicht in het verschijnsel vecht­scheiding, hoe zij ouders ervan kunnen doordringen dat zij met hun aanhoudende ruzies hun kinderen beschadigen en welke hulp er beschikbaar is. Er komen vele sprekers, van pedagogen en filosofen tot rechters en advocaten. Bureau Jeugdzorg vertelt ervaringen uit de praktijk. Justine van Lawick geeft uitleg over het Lorentzhuis in Haarlem, dat oncon­ventionele hulp biedt aan groepen kinderen en hun ouders die in ernstige echtscheidingen verwikkeld zijn.

 

Richtlijn

Ed Spruijt grijpt in zijn tas en overhandigt een papier vol met aanbevelingen voor jeugdprofessionals. Het is de richtlijn Scheiden en problemen van kinderen. Die aanbevelingen voor de jeugdzorg heeft hij net opge­steld, samen met Inge Anthonijsz van het Nederlands Jeugd Instituut. 'Op het congres is hier ook een work­shop over: is de richtlijn hanteerbaar bij vechtschei- dingen? Kunnen instellingen ermee uit de voeten?'

Hij hoopt op veel congresgangers, die zich bekomme­ren om het belang van scheidingskinderen. 'Bij een scheiding zijn kinderen altijd de zwakste partij.’<

 

BRON: NVO BULLETIN MEI 2014

    

     Andere sites  

     Handige links

    

 

 Boeken & tijdschriften

 

 

wordt aan gewerkt

 



   

      Speelgoed

 

 

     wordt aan gewerkt

 

     Nieuws:

     Stop vechtscheiding

     Help! Mijn kind gaat online!

     Kinderlokkers