25 Preventietips

 

  1. Leer je kinderen hun volledige naam, adres en telefoonnummer van thuis. Zorg ervoor dat ze jouw volledige naam ook kennen.
  2. Zorg dat je kinderen weten hoe ze je kunnen bereiken op het werk en op je mobieltje.112
  3. Leer je kinderen hoe en wanneer te bellen met 112.
  4. Zorg ervoor dat je kinderen een vertrouwde volwassene kunnen bellen als er een noodgeval is of als ze bang zijn.
  5. Gebied kinderen om de deur op slot te houden en niet te openen wanneer ze alleen thuis zijn. Stel regels op voor het ontvangen van bezoekers wanneer je niet thuis bent en voor hoe ze de telefoon moeten opnemen.
  6. Kies oppassen met zorg. Haal referenties van familie, vrienden en buren. Wanneer je een oppas hebt gekozen, kom dan eens onverwacht thuis om te kijken hoe het met de kinderen gaat. Vraag ook je kinderen wat ze vinden van de oppas en luister goed naar hun antwoord.

 

Op internet

  1. Leer het internet kennen. Hoe meer je weet over hoe het Web werkt, hoe beter je je kinderen kunt leren over de mogelijke gevaren van internet.
  2. Plaats de familiecomputer in een gezinsruimte, liever dan in de slaapkamer van het kind. Hou ook de tijd die ze online doorbrengen en de websites die ze bezoeken in de gaten.
  3. Gebruik ‘privacy instellingen’ op sociale netwerk websites om contact met onbekende gebruikers te beperken.
  4. Zorg ervoor dat de gebruikersnaam (screen name) niet teveel verraadt over je kind.

 

Op school

  1. Zet de naam van je kinderen niet op de kleding, rugzakken, broodbakjes, fiets etc. Wanneer de naam van de kinderen zichtbaar is, kan iemand met kwade bedoelingen ze aanspreken met hun voornaam.
  2. Herinner je kinderen eraan om steeds samen met een vriend(in) naar school te lopen of fietsen.
  3. Loop de route van en naar school met je kinderen en wijs herkenningspunten en veilige plekken aan waar ze naartoe kunnen wanneer ze worden gevolgd of hulp nodig hebben. Als je kind de bus naar school neemt, bezoek dan de bushalte met je kinderen zodat ze precies weten welke bus ze moeten nemen.

 

Buiten

  1. Loop met je kinderen door de buurt en vertel ze welke huizen ze mogen bezoeken zonder jou.
  2. Zeg tegen je kinderen om jou erbij te halen wanneer ze een gevaarlijk object of een gevaarlijke situatie tegenkomen.
  3. Leer je kinderen om jouw toestemming te vragen voor het huis verlaten.
  4. Herinner je kinderen eraan om buiten niet alleen te gaan wandelen of spelen.
  5. Leer je kinderen om geen enkel voertuig te benaderen, leef of niet, behalve als ze de eigenaar kennen en in het gezelschap zijn van een vertrouwde volwassene.
  6. Help je kinderen eraan te herinneren dat het oké is om NEE te zeggen tegen dingend ie ze bang, ongemakkelijk of verward maken.
  7. Leg kinderen uit dat ze niet in de buurt mogen komen van water (zwembaden etc.) zonder toezicht van een volwassene. Alle zwembaden die je kinderen bezoeken moeten onder toezicht staan van een badmeester. Als je thuis een zwembad hebt, praat er dan over wanneer ze erin mogen zwemmen en onder wiens supervisie.
  8. Bedenk “Wat te doen wanneer…”situaties en vraag je kinderen hoe ze zouden reageren. Bijvoorbeeld: “Wat zou je doen als je van je fiets valt? Wie zou je om hulp vragen?”
  9. Bepaal tijdens gezinsuitjes een centraal gelegen ontmoetingspunt dat makkelijk te vinden en herkennen is, voor het geval je elkaar kwijtraakt.
  10. Leer je kinderen om het meteen aan je te laten weten wanneer hun plannen wijzigen.
  11. Leer je kinderen hoe ze hulp kunnen vinden in pretparken, sportstadiums, winkelcentra en andere openbare plaatsen. Leer ze daarnaast ook aan wie het veilig is om hulp te vragen, zoals politieagenten, bewakers en winkelpersoneel met naambordjes.
  12. Oefen veiligheidsmaatregelen zodat ze de tweede natuur worden voor je kinderen. Je wil je kinderen niet bang maken, maar het is belangrijk dat ze zich bewust zijn van mogelijke gevaren, zodat ze voorbereid zijn om dat soort situaties te vermijden, of er met zelfvertrouwen mee om te gaan.


 

Hoe praat ik met mijn kind over veiligheid?

Wanneer met kinderen praat over veiligheid, is het belangrijk om het onderwerp positief te benaderen, maak ze niet bang. Dat betekent dat je hun zelfvertrouwen en zelfwaarde moet versterken. Dat kan je doen door de volgende zaken in acht te nemen:

 

Wees voorbereid

Neem tijd om de 25 preventietips door te nemen voordat je gaat praten met je kinderen. Zo ben je beter voorbereid om kalm te praten over veiligheid.

 

Houd de leeftijd van je kind in gedachten

Praat met je kind op zijn of haar niveau, neem daarbij hun leeftijd en denkniveau in acht. Bijvoorbeeld; een gemiddelde vierjarige zal niet alle informatie van een lange uitleg onthouden. Simpele plaatjes en spelletjes zijn geschikt om hun aandacht te behouden.

 

Grijp kansen

Wacht niet op “het juiste moment” om met je kinderen te praten, haal het beste uit alledaagse momenten. Een ontspannen maaltijd met het gezin is een prima moment om met kinderen te praten over veiligheid, vooral als hun favoriete gerecht op tafel staat. Een autoritje naar school is ook een goede tijd om met ze te praten.

 

Wees open

Moedig je kinderen aan om open te praten over hun zorgen en vragen. Laat ze merken dat je geeft om wat er met hen gebeurt door duidelijke regels te stellen, maar schrijf ze niet de wet voor en geef geen kritiek.

 

Houd het leuk

Veiligheid is een serieus onderwerp, maar dat betekent niet dat het praten erover een nare ervaring moet zijn. Zing liedjes, vertel verhaaltjes, speel spelletjes en praat met ze op een manier die hen veilig en geliefd doet voelen. Je versterkt de boodschap als je consequent bent in je aanpak.

Overgenomen uit Vermiste kinderen: Vermist.nl 

 

 

    

     Andere sites  

     Handige links

    

 

 Boeken & tijdschriften

 

 

wordt aan gewerkt

 



   

      Speelgoed

 

 

     wordt aan gewerkt

 

     Nieuws:

     Stop vechtscheiding

     Help! Mijn kind gaat online!

     Kinderlokkers